EMSP verricht volgens Advocaat Generaal van het Hof van Justitie goederenlevering

Het aantal geregistreerde elektrische voertuigen in de Europese Unie neemt – geheel in lijn met de doelstellingen van de Europese Green Deal om in 2050 klimaatneutraal te zijn – gestaag toe. E-mobility vraagt om een eigen infrastructuur. De btw-behandeling van tankkaarten en laadpassen is al jaren onderwerp van discussie

Bij e-mobility is de vraag of de elektriciteit rechtstreeks wordt geleverd door de CPO (Charge Point Operator) aan de E-driver (eigenaar van de auto) of dat de CPO de elektriciteit levert aan de EMSP (E-Mobility Service Provider) die deze op haar beurt vervolgens levert aan de gebruiker van de auto. Ook bij het thuisladen doet zich de vraag voor wie aan wie de elektriciteit levert. Het belang van het antwoord op deze vraag is groot. Het bepaalt namelijk hoe de transacties moeten worden behandeld voor de btw en wie recht op aftrek van voorbelasting heeft. De btw-aspecten van e-mobility zijn behoorlijk ingewikkeld en afhankelijk van een aantal verschillende factoren en omstandigheden.

Onlangs heeft de Advocaat Generaal (hierna: AG) van het Hof van Justitie conclusie genomen in de zaak Digital Charging Solutions over de btw-kwalificatie van de levering van de elektriciteit tussen de CPO (Charge point operator), EMSP (de E-mobility service provider) en de E-driver. 

Achtergrond

Digital Charging Solutions (hierna: DCS) is een Duits bedrijf dat E-Drivers in Zweden toegang biedt tot een netwerk van oplaadpunten. DGS beheert als EMSP de oplaadpunten zelf niet, maar heeft contracten afgesloten met exploitanten (Charge Point Operators - CPO's). Via het netwerk van DCS ontvangen E-drivers realtime-informatie over de prijzen, de locatie en de beschikbaarheid van oplaadpunten, en kunnen zij met behulp van bepaalde functies oplaadpunten lokaliseren en hun route plannen. De E-drivers krijgen een kaart en een authenticatie-applicatie waarmee zij hun elektrische voertuig kunnen opladen. Wanneer de kaart of de app wordt gebruikt, wordt de laadsessie geregistreerd bij een CPO die DCS voor die sessie factureert. Vervolgens ontvangen de E-drivers een maandelijkse factuur van Digital Charging Solutions, waarbij een vast bedrag voor de diensten van DCS en de oplaadsessies in rekening wordt gebracht, ongeacht of er elektriciteit wordt afgenomen.

Aan het Hof van Justitie zijn de volgende vragen gesteld:
  1. Kwalificeert het opladen van het voortuig aan het oplaadpunt als de levering van een goed?
  2. Zo ja, moet iedere schakel in de keten dan als een levering van goederen worden beschouwd?

Conclusie Advocaat Generaal 

Omdat het Hof van Justitie in 2023 ten aanzien van de eerste vraag in een andere zaak al heeft geoordeeld dat het opladen van een voertuig moet worden beschouwd als een levering van goederen bestaande uit de levering van elektriciteit, behandelt de AG alleen de tweede vraag. Ze onderzoekt verschillende mogelijkheden waarop de transacties voor de btw kunnen worden gekwalificeerd:
  1. Een levering van goederen van de CPO aan de E-driver en een vrijgestelde financiële dienst bestaande uit het verstrekken van krediet
  2. Aan- en-door-situatie: DCS handelt op eigen naam en voor eigen rekening
  3. Commissionairsfictie: DCS handelt op eigen naam maar voor rekening van de E-driver

Levering van goederen en vrijgestelde financiële dienst

Het Hof van Justitie heeft zich in de zaken Auto Lease Holland en Vega International uitgelaten over de btw-behandeling van tankkaarten. In beide zaken oordeelt het Hof van Justitie dat degene die de tankkaarten uitgeeft (respectievelijk een leasemaatschappij en een groepsmaatschappij) geen beschikkingsmacht krijgt over de brandstof, omdat zij niet kan bepalen wat er met de brandstof gebeurt. De lessees c.q. werknemers tanken namelijk direct aan de pomp van de brandstofleveranciers. Het Hof van Justitie is daarom van oordeel dat sprake is van een rechtstreekse levering van de brandstofleverancier aan de lessees c.q. de werkgever. De ondernemer die de tankkaarten uitgeeft verricht volgens het Hof van Justitie een vrijgestelde financiële dienst. 

Volgens de AG kunnen deze zaken niet een-op-een worden toegepast op de situatie van DCS, omdat het businessmodel voor het opladen van elektrische voertuigen verschilt ten opzichte van het businessmodel waarbij tankkaarten worden verstrekt. Elektrische voertuigen gebruiken andere oplaadsystemen en kunnen uitsluitend worden opgeladen bij de oplaadpunten van het betreffende netwerk. Opladen is niet mogelijk zonder gebruik van de kaart of app die toegang biedt tot het netwerk. 

Zou dezelfde btw-behandeling worden toegepast in de situatie van DCS, dan zou DCS tegen aftrekbeperking aanlopen doordat hij een vrijgestelde financiële dienst verricht.

Aan- en doorlevering

Bij een aan- en doorlevering handelt de ondernemer op eigen naam en voor eigen rekening. DCS koopt dan de elektriciteit van de CPO en verkoopt deze op eigen naam en voor eigen rekening door. Van een aan- en doorlevering kan alleen sprake zijn als DCS (kortstondig) feitelijk als eigenaar kan beschikken over de goederen. Alhoewel de AG niet uitsluit dat geen sprake is van een aan- en doorlevering, past deze mogelijkheid volgens de AG minder goed bij de situatie van DCS, omdat DCS bij de levering van de elektriciteit geen ondernemingsrisico loopt. 

Is sprake van een aan- en doorlevering, dan zijn vanuit het oogpunt van de btw beide leveringen belast met btw. 

Commissionairsfictie

De commissionairsfictie is van toepassing in de situatie waarin een commissionair (DCS) handelt op eigen naam maar voor rekening van een ander. Hierdoor wordt de commissionair geacht zelf goederen of diensten te hebben ontvangen en op zijn beurt deze goederen of diensten te hebben verstrekt. In het geval van DCS is dan sprake van een levering van de CPO aan DCS en een opvolgende levering van DCS aan de E-driver. Voor toepassing van de fictie is vereist dat DCS gemachtigd is om namens de EV-driver op te treden bij de levering van de elektriciteit. Daarnaast moeten de opeenvolgende goederenleveringen identiek aan elkaar zijn. Omdat het aanbieden van een kaart of app volgens de AG kan worden opgevat als een lastgeving aan DCS om een specifieke hoeveelheid te kopen en de levering van de elektriciteit in de transactie tussen de CPO en DCS niet anders is dan de in de transactie tussen DCS en de E-driver, concludeert de AG dat aan de voorwaarden voor de fictie is voldaan. De commissionairsfictie sluit volgens de AG het beste aan bij de economische realiteit van het businessmodel voor het opladen van elektrische voertuigen.

Is de commissionairsfictie van toepassing, dan is de btw-uitwerking hetzelfde als in de situatie van een aan- en doorlevering.

Belang voor de praktijk

In de mobiliteitssector bestaat al jarenlang onduidelijkheid over de vraag hoe transacties binnen de EV-keten voor de btw moeten worden behandeld. Het Btw-comité kwam reeds in 2021 met haar advies dat een CPO elektriciteit levert aan de EMSP en de EMSP dezelfde levering verricht aan de EV-driver. De adviezen van het Btw-comité zijn echter niet bindend. De conclusie van de AG is zeer welkom voor de mobiliteitssector. Door toepassing van de commissionairsfictie is sprake van twee opeenvolgende btw-belaste leveringen in de EV-keten, waardoor het recht op aftrek van voorbelasting van partijen gewaarborgd blijft. Bij een vrijgestelde financiële dienst door de EMSP loopt de EMSP tegen een aftrekbeperking aan. 

De gewenste duidelijkheid over de btw-kwalificatie van de levering van de elektriciteit tussen de CPO (Charge point operator), EMSP (de E-mobility service provider) en de E-driver laat voorlopig nog even op zich wachten. Samen met alle partijen in de EV-keten kijken wij reikhalzend uit naar het oordeel van het Hof van Justitie. 

Meer informatie?

Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact  op met een van onze adviseurs. Wij helpen u graag!